Historie

1.jpgGerrit Bogaards – de stamvader van het bedrijf Grimbergen – begon zijn smederij werkzaamheden in logement De Witte Leeuw, dat in de tijd dat het bedrijf werd gesticht overigens al geen logement meer was. Wie terug wil naar het allereerste begin van de onderneming Grimbergen Installaties zal diep in de historie moeten: 1748. In dat jaar vestigde een zekere Bogaards zich aan de Vliet, op de plaats waar nu apotheek Sloothaak te vinden is:

"Wij oirconden en verklaaren in vollen en vrijen eijgendom over te geeven bij deezen aan en ten behoeven van Gerret Pietersz: Bogaards, meede woonende alhier, Een Huijs en Erve, staande en geleegen binnen deezen Dorpe op de straat voor de Vliet, van ouds genaamd de Witte Leeuw, belend aan de eene zijde ten Oosten Wilhem Hoogwooning en aan de andere zijde ten Westen de erfgenaamen van Michiel Ring."

2.jpgDeze fraaie zinsnede staat te lezen in de akte van koop en verkoop, die dateert van 1748, het jaar dat Bogaards voor: "ene somme van driehonderd en vijftig guldens" het voormalige logement De Witte Leeuw kocht, om er een ambachtelijke werkplaats te beginnen. Daarmee legde de man de basis voor installatiebedrijf Grimbergen Installaties, dat precies 230 jaar het gezicht van de Vliet zou bepalen. In 1978 kwam er een einde aan dat tijdperk. Toen vestigde het uit zijn voegen gegroeide bedrijf zich in 't Heen in Katwijk, waar vanuit een toen modern bedrijfsgebouw de aanleg en het onderhoud van centrale verwarmingsinstallaties werd gecoördineerd.

De stamvader
Gerrit Bogaards is zoals gezegd de stamvader van het bedrijf. Toen hij overleed nam zijn schoonzoon de smederij over. De naam van die schoonzoon luidde: Hendrik Grimbergen, van oorsprong afkomstig uit Haarlem. Hij werd de eerste van een lange rij Grimbergens, die van vader op zoon de smederij overnamen en voortzetten. Wij kunnen gerust stellen dat alle bedrijven in Nederland die de naam Grimbergen dragen terug te voeren zijn tot dit historisch begin. Tot 1910 was het zaakje een echt ambachtelijk smidsbedrijf waar paardenhoeven werden beslagen en allerlei ijzerwerk werd gemaakt, variërend van ploegen tot schoffels. Jarenlang was er sprake van een soort samenwerkingsverband tussen smid Grimbergen en wagenmaker Den Haan, die naast elkaar hun werkterrein hadden. De oudere Rijnsburgers zullen zich nog herinneren dat de materialen die in de smederij bewerkt moesten worden op de Vliet uitgeladen werden en met de hand naar binnen gesjouwd, een situatie die tegenwoordig ondenkbaar zou zijn.

De tak Noordermeer
3.jpgInmiddels, wij schrijven 1930, zwaait de zesde generatie Grimbergen de scepter over het bedrijf. Maar niet meer alleen. Sinds 1910 is de naam van Noordermeer aan het bedrijf gekomen. Op 12-jarige leeftijd deed P.W. Noordermeer, een neef van H.J. Grimbergen, die toen het bedrijf ’runde’, zijn intrede in de smederij. De jonge Noordermeer was voorbestemd om net als zijn vader in het bollenvak te gaan werken, maar dat lag hem niet. Grimbergen had daar begrip voor en zei: ”Stuur die jongen maar naar Rijnsburg, er moet daar toch een kippenhok getimmerd worden.” Dat gebeurde en in de loop der jaren zou Piet Noordermeer zich bekwamen in het smidsvak en uitgroeien tot een respectabel en gewaardeerd vakman. Toen H.J. Grimbergen overleed werd Noordermeer de nestor van de familie. Hij droeg mede de verantwoording voor een groot gezin van twaalf kinderen dat achterbleef. Later, omstreeks 1938, werd hij opgenomen in de firma. Samen met M.A. Grimbergen bepaalde hij het beleid van de komende jaren.
Geen makkelijke jaren. Jaren met periodes waarin door het dorp gereden werd op de fiets in de hoop aangeroepen te worden voor een klusje. Ook werd er veel ’s nachts gewerkt aan slepers en aanhangwagens omdat deze op de dag nodig waren.

De grote poinier
4.jpgEén van de activiteiten in de dertiger jaren was de kassenbouw. P.W. Noordermeer was de grote pionier op dat gebied. Tot in Duitsland en Frankrijk zette Grimbergen Installaties kassen neer. Deze tak van het bedrijf maakte een geregelde groei door - er was voor zes à zeven man werk - maar na de normalisatie nam de concurrentie toe en werd de kassenbouw afgestoten. In Katwijk zijn er geen spanten meer gemaakt. Wel vermeldenswaardig is nog dat het bedrijf aan de wieg heeft gestaan van de eerste verrolbare kas in Nederland. Ook weer een mooi voorbeeld van pionierswerk! M.A. Grimbergen was meer de smid, het beslaan van paarden, het smeden van schoffels, het leggen van banden, en het kachelsmidvak was zijn taak. Ik weet mij nog te herinneren dat mijn vader van elke klant de straat met bijbehorend huisnummer uit zijn hoofd kende. In die periode was de smid de vriend van vele huisvrouwen, hij was namelijk de redder in de nood bij vele mankementen, vooral op wasdag en in de schoonmaaktijd. Na de periode van kassenbouw ging men zich volledig op de aanleg van centrale verwarmingsinstallaties richten. Dit proces werd versneld door de toetreding tot het bedrijf van C.N. Noordermeer, de oudste zoon van P.W. Noordermeer. C.N. Noordermeer behoorde in de jaren ’40 tot één van de twaalf Nederlanders die voor CV installateur leerde. In de zestiger jaren vertoonde de CV markt de grootste groei mede door het aanboren van aardgas als brandstof. Deze factoren hebben er voor gezorgd dat de groei van de onderneming in een stroomversnelling kwam en ook dat C.N. Noordermeer in de directie opgenomen werd.

Nieuwbouw
De ongekende groei van de centrale verwarmingssector leidde tot een algehele vernieuwing van de bedrijfsgebouwen in 1961. De oude (de Witte Leeuw) bood geen gelegenheid tot modernisering. Een geheel nieuw bedrijfspand verrees op de oude plek aan de Rijnsburgse Vliet. Waar vroeger ploegen en eggen werden gerepareerd en paarden beslagen, kwam plaats voor moderne verwarmingsinstallatie en constructiewerk. In de zeventiger jaren kwam er een einde aan het verblijf langs de Rijnsburgse Vliet en inmiddels was de zevende generatie Grimbergen in de persoon van M.H. mede aan het roer gekomen nadat de ouderen van een welverdiende rust waren gaan genieten. Het bedrijf werd vanaf die periode geleid door M.H.
Grimbergen en de heren C.N. en C.TH.P. Noordermeer.

Uit het jasje gegroeid
5.jpg
Grimbergen Installaties was uit zijn jasje gegroeid, uitbreiding van kantoor, magazijn en werkplaats was niet mogelijk en de toenemende verkeersdrukte in het centrum van het dorp maakte laden en lossen bijna onmogelijk. De gemeente Rijnsburg kon geen oplossing aandragen en Katwijk waar de Firma de beschikking had over een opslagplaats wilde graag meewerken indien de opslagplaats in handen van de gemeente kon komen voor woningbouw. De keuze viel op een perceel in industriegebied ’t Heen in Katwijk. In 1978 kwam er na een periode van 230 jaar een einde aan het tijdperk de Vliet in Rijnsburg. Deze beslissing is niet zonder slag of stoot genomen maar na zorgvuldig overleg met trouwe relaties. Achteraf een zeer juiste beslissing want het was onmogelijk geweest het leidingwerk voor de nieuwbouw van FloraHolland, één van onze grootste klanten, voor te bereiden. Nu met de beschikking over een werkplaats van 700 m2, kranen plus ruime los- en laadmogelijkheden kon ook deze klus geklaard worden. Verdere ontwikkeling van het bedrijf, grote orders, een ruime vervangingsmarkt alsmede een niet te stuiten groei van het service- en onderhoudswerk deed de bedrijfsleiding besluiten een uitbreiding te realiseren van 2000 m2 op 3000 m2 grondoppervlak. Totaal was er nu 4000 m2 bebouwing op 7000 m2 grondoppervlak.

Met deze laatste uitbreiding kwamen er ook veranderingen in de leiding van het bedrijf, de directieleden Noordermeer namen eind tachtigerjaren en begin negentiger jaren afscheid van het bedrijf. Het was weer Grimbergen geworden maar wel met de naam waar het bedrijf mee groot geworden is en die ons bekendheid gegeven heeft, Grimbergen Installaties. Met een team van uitstekende medewerkers is verder gebouwd aan het bedrijf, de werkplaatsactiviteiten zijn nagenoeg verdwenen en beperken zich nog tot voorbereidende werkzaamheden voor de installaties. Een uitzondering vormen de containerketelhuizen, een belangrijke ontwikkeling in het bedrijf. In het verleden werden er onder andere hete luchtkachels, krotenfornuizen, droogkarren, hekken, stellingen, luchtkanalen en regenleidingen gemaakt. Het is al gezegd: een bezetting van zeven mensen in de werkplaats was normaal. Door de eerder genoemde groei van activiteiten is het medewerkersbestand op kantoor in Katwijk verdrievoudigd. Hier was in 1978 geen rekening meegehouden zodat natte groepen, parkeerfaciliteiten en archiefruimten duidelijk tekortschoten. Magazijnen en werkplaatsruimte waren er voldoende. Echter, buiten eerder genoemde zaken wilden wij ook extra faciliteiten creëren voor onze medewerkers inzake sport, ontspanning, opleiding etc. Kortom, een prettige werkplek voor alle medewerkers en een gebouw naar de eisen des tijds en geschikt voor de verdere toekomst. In december 1998 werd de eerste aanzet met de aanvraag van een kavel bouwgrond voor nieuwbouw gegeven, om zo te verwezenlijken wat we graag wilden en noodzakelijk achtten! Eenentwintig februari 2003 werd de eerste paal geslagen door Max Grimbergen de negende generatie in één lijn. Nu ruim 1 jaar later zijn we weer gevestigd in Rijnsburg in een prachtig pand waarin alles wat wij voor een goede bedrijfsvoering nodig achtten verwezenlijkt is.

M.H. Grimbergen

 

Nieuws